skip to Main Content
Menu

Rond de bouw van de Keersluis te Zierikzee: het verhaal van een ooggetuige

Waar in het voorjaar van 1957 de veerboot ‘Koningin Emma’ nog statig door het havenkanaal van Zierikzee naar Katseveer voer, moest deze na de zomer van dat jaar door een smallere vaargeul naar de Oosterschelde varen. Dit tengevolge van de stalen bouwkuip die in het kanaal werd aangebracht om daarin de sluis te bouwen.
Op 10 juli 1957 vond de aanbesteding van het werk plaats.
Van de 26 inschrijvers was Volker Beton N.V. uit Sliedrecht de laagste inschrijver met een inschrijfcijfer van f 1.987.900,-. Het werk werd aan dit bedrijf gegund en er werd een start gemaakt met de werkzaamheden.
Over kosten gesproken: de aannemer rekende toen met een uurloon van f 3,50.

Waar de zeemeeuwen hun geluid lieten horen boven het havenkanaal en de Oosthavendijk, klonk nu het geluid van het inheien van de betonpalen en het slaan van de damwandplanken voor de bouwkuip. Dat was onze ervaring bij de start van de bouw in 1957 als kinderen van het gezin van de uitvoerder van de bouw, de heer A.T. Kamsteeg van de Firma Volker Beton uit Sliedrecht.

Onze woning, woonark de ‘Watersnip’ werd door een grote drijvende bok op de Oosthavendijk neergezet waar wij twee jaar gezellig hebben gewoond. Als er een gezin is dat weet wat een bouwplaats is dan waren en zijn wij dat wel.
Door de vele werken die onze vader heeft uitgevoerd trokken wij van de ene bouw- plaats naar de andere. Zo heb ikzelf de lagere school op vijf verschillende plaatsen doorlopen. De laatste school was in Zierikzee.

Elke dag liepen wij, mijn broer Koos, zus Mary en later ook mijn broer Aai en ik, van de sluis over de Oosthavendijk via de Zuidhavenpoort en het Vrijpoortje naar de Christelijke school van bovenmeester Fennema. Na schooltijd liepen wij langs het talud van de dijk naar huis en zochten naar mosselen en krukels om thuis op te eten of te verkopen in Zierikzee.

Thuisgekomen trokken mijn broer Koos en ik oude kleren aan, want we moesten de bouw op. Het werk volgen, met de mensen praten en op onze manier meehelpen. Een van onze specialiteiten was ‘pontje spelen’. Omdat er aan beide zijden van het kanaal werd gewerkt moest het werkvolk met een roeiboot overvaren. Wel…na schooltijd mochten wij dit doen en we kregen dan een paar centen of een stuiver van de mannen. Wij waren toen jochies van 8 en 10 jaar oud.

Er werd hard gewerkt aan de sluis. Voor het storten van betonmortel werd geen gebruik gemaakt van een betonmortel centrale maar de mortel werd op het werk zelf gedraaid. Het zand en grind werd per schip aangevoerd en vandaar met lorries naar de opslag vervoerd. Naast de opslag van zand en grind was er het cementhok waar de zakken met cement werden opgeslagen en voor de grote stort werd het in cementsilo ́s opgeslagen.

Voor het mixen van de betonmortel werd gebruik gemaakt van drie betonmolens en natuurlijk van een weegschaal, want er moest in de goede mengverhouding worden gedraaid. De bouwkraan met betonkubel bracht het mengsel vervolgens naar de stortplaats.

U kunt zich voorstellen dat het storten van de sluisvloer heel wat tijd vergde.
In maart 1958 werd de sluisvloer gestort. Het was een stort van 1400 m3 waaraan men maandagmorgen begon en die donderdagavond gereed was.
Een stort van onafgebroken werken gedurende vier dagen en drie nachten.
Het was inmiddels traditie geworden dat onze moeder op zulke dagen zorgde voor veel grote pannen erwtensoep met lekkere rookworst. Wat was dat heerlijk voor de mannen!

Belangrijke mannen die we ons nog kunnen herinneren zijn de opzichter dhr. De Boer van Witteveen en Bos en de ‘huismeester’ Leen Schot. Meneer de Boer was een echte toezichthoudende, keurig geklede man.
Schot was een echte man uit Zierikzee die zelf uit de visserij kwam. Hij zorgde voor de koffie in de directiekeet, het schoonhouden van keten en loodsen, onderhoud van het terrein en het verven van onze roeiboot en het hijsen van de vlag bij bijzondere gebeurtenissen. Een man die alles kon en deed.

Een van de mannen, lange Kees, was goed in het vangen van hazen.
Het verhaal gaat dat als hij een haas zag liggen hij tegen de wind in naar het beest toeliep en zich naar voren wierp om de haas te pakken. Regelmatig lukte dit. Op een avond liepen ze weer door de polder tot iemand zei: Kees, daar licht een mooie grote. Kees sloop naar voren, nam een sprong en greep de haas.

Slachten hoefde hij het beest niet meer, want het had al een aantal dagen daar gelegen en was door vogels en ander gedierte al aardig opgevreten. Het was zo ver dat het restant van het dier vol maden zat, dus moest Kees zich in de keet wel eerst goed wassen, want de beesten liepen over zijn armen.

Ook leerden wij van de mannen een sjekkie draaien en natuurlijk moesten wij die ook oproken. Zo werden wij geleerd om de ‘wereldse geneugten’ te gebruiken. In het weekend was het rustig op de bouwplaats en konden wij in en bij de ark lekker spelen en knutselen. Ook tekende ik graag. Zittend op de Oosthavendijk heb ik in 1957 mijn eerste ‘waterverfschilderij’ gemaakt van het gezicht op Zierikzee.

En mijn jongste broer Johan? Hij was net geboren toen wij naar Zierikzee gingen. Het verhaal is dat hij in een kartonnen doos in de auto werd gezet en zo naar Zierikzee is gereden. Och…, hij weet van dit alles zelf niets meer. Alleen door de vele verhalen die hij in de loop van de jaren heeft horen is zijn tijdperk Zierikzee levendig geworden. Hij komt regelmatig een bezoekje brengen aan de stad.

Het Zeeuws hadden wij snel onder de knie en we kunnen het nog steeds goed volgen. Toen ik weer op school kwam in de ‘westerse wereld’ (na de bouw van de sluis) konden anderen mij maar amper verstaan en dus moest ik weer Nederlands gaan praten.

De keersluis heeft mij nooit losgelaten. Het is een mooi en boeiend bouwwerk. Zelf ben ik in de jaren 1980 tot 1983 als bedrijfsleider betrokken geweest bij de bouw van de Krammersluizen te St. Philipsland, twee duwvaartsluizen en een jachtensluis.
Maar Zierikzee… een plaats om nooit te vergeten! Wij voelen ons nog steeds sterk verbonden met Zierikzee en gaan elk jaar toch wel meerdere keren even naar Zierikzee en naar de sluis. En natuurlijk komen we ook voor de gezellige mossel- dagen en het voor ophalen van Neptunus van de zandplaat in de Oosterschelde.

Back To Top